Gok & zorg

Gok

GOK staat voor gelijke onderwijskansen. Dit geïntegreerd ondersteuningsaanbod wil alle kinderen dezelfde optimale mogelijkheden bieden om te leren en te ontwikkelen.

Concreet voor onze school wil dit zeggen dat er twee leerkrachten zijn; Hilde voor de ondersteuning in de lagere school en Leen voor de kleuterwerking. We trachten zo preventief mogelijk te werken, vandaar dat we als school de nadruk leggen op de kleuterafdeling en het eerste en tweede leerjaar. Uiteraard komen de oudere klassen ook aan bod.Het GOK-team werkt nauw samen met de klasleerkracht en de zorgcoördinator Valérie De Smet. Elke dinsdagmiddag steken we de koppen samen om te overleggen welke kinderen extra ondersteuning nodig hebben en hoe deze ondersteuning best ingevuld wordt. Binnen de GOK-lestijden ondersteunen we de kinderen zowel sociaal- emotioneel als leerinhoudelijk. We doen indien nodig beroep op CLB, revalidatiecentra en therapeuten.

Zorg

In elke school zijn er kinderen die extra aandacht vragen, om welke reden dan ook. Soms hebben kinderen leerproblemen, soms hebben ze wat meer, soms wat minder tijd nodig om leerstof te verwerken, soms zijn er kinderen met sociale of emotionele problemen.

Eerste aanspreekpunt voor uw zorgen is en blijft de leerkracht van uw kind(eren). Uiteraard staan ook de directeur, Jan Regaert, de beleidsondersteuner, Demcy, de GOK-leerkrachten, Leen en Hilde en de zorgcoördinator, Valérie, klaar als luisterend oor voor uw zorg.
Naast de formele contacten is er ook veel kans op informele contacten via het oudercafé, de ouderwerkgroepen en de talrijke schoolevenementen.

Als blijkt dat een kind extra aandacht nodig heeft, wordt dit besproken in een zorgteam (directeur, zorgcoördinator, GOK-leerkracht, beleidsondersteuner) dat wekelijks samenkomt op dinsdagnamiddag.

Op dit zorgteam wordt gezocht naar de beste hulp voor elk kind, hetzij in de klas (eerstelijnszorg), hetzij buiten de klas met de GOK-leerkracht of zorgcoördinator (tweedelijnszorg).
Een leerkracht is volgens een beurtrolsysteem minstens 2 keer per jaar op het zorgteam aanwezig, tenzij natuurlijk een kind dringender hulp nodig heeft. Dan wordt een spoedteam bijeengeroepen om de juiste zorgen sneller te kunnen opstarten. 

In overleg met alle partijen wordt er een handelingsplan opgesteld voor kinderen die extra zorg nodig hebben, voor kinderen die specifieke leerproblemen hebben, voor kinderen die meer tijd nodig hebben en voor kinderen die minder tijd nodig hebben om leerstof te verwerken. Dit plan wordt regelmatig opgevolgd, geëvalueerd en eventueel bijgestuurd.

Soms blijkt echter dat onze zorgen niet voldoende zijn om het kind te kunnen helpen. Dan wordt er, met goedkeuring van ouders, de derdelijnszorg opgestart. Dit is een externe hulp onder de vorm van CLB-ondersteuning, logopedische hulp, ergotherapie, hulp door een revalidatiecentrum, … 

Om de opgestarte hulp goed op te volgen, vindt er elke twee weken het CLB-team plaats. Deelnemers zijn de vaste contactpersoon van het C.L.B. en de zorgcoördinator. Eventueel nemen ook de directeur, GOK-leerkracht of beleidsondersteuner deel aan dit team. Hierop worden alle lopende zaken van dichtbij opgevolgd en eventueel bijgestuurd.

Van alle bovenstaande stappen worden de ouders op regelmatige tijdstippen op de hoogte gebracht en zijn zij betrokken partij van bij de start. Schakel tussen al deze partners is de zorgcoördinator.

Hoe worden de zorgen opgespoord?

Dit kan via de ouders gemeld worden in formele/informele oudergesprekken of door de leerkracht via observaties, afname van klasinterne toetsjes, … maar ook via formele testings, sociogrammen, niveaubepalingen, …

In ons Freinetsysteem van de lagere school willen we graag aantonen dat we goed zitten met onze leerstof. Vandaar dat er twee keer per jaar objectieve lees- en schrijftesten worden afgenomen van alle kinderen op school. Zo kan ook de leerkracht klasintern gaan kijken waar er nog problemen zitten.

Voor rekenen wordt de Rekensprong-methode gevolgd. Deze rekenmethode leent zich uitstekend voor het leren en werken in graadsklassen. Geregeld worden de Rekensprong-signaleringstoetsen afgenomen zodat de leerkracht elk kind kan volgen en tijdig kan bijsturen indien dit nodig blijkt

In De Vlieger vinden we niet alleen het schoolse leren belangrijk maar ook het sociale en emotionele welbevinden van een kind. Dit staat centraal in onze aanpak. Onze visie is dat een kind slechts leert als het zich goed voelt. Daarom stellen we ook sociogrammen op die een beeld geven van de plaats die een kind krijgt, of zichzelf geeft in de groep. Daaruit kan de leerkracht afleiden hoe de klasgroep is samengesteld en of de kinderen voldoende aansluiting hebben. De leerkracht kan dan, al dan niet in overleg met de ouders en/of het zorgteam bijsturen.

Soms zijn al deze observaties, screenings en toetsings niet voldoende om het probleem te situeren. Dan is het nodig om verder te gaan kijken en op zoek te gaan waar het probleem juist zit. De zorgcoördinator op school neemt dan, mits toestemming van de ouders, een niveaubepaling af aangevuld met de observaties van de klasleerkracht en de ouders. Zo kan de juiste hulp sneller opgestart worden.

In het kleuter worden eventuele problemen via dezelfde manier gesignaleerd nl. via oudergesprekken, klasobservaties, klasinterne screenings, …

Bij het begin van het schooljaar worden bij de derde kleuterklasser taalscreenings afgenomen door de GOK-leerkracht en de zorgcoördinator. Zo hebben we meteen een overzicht van de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en hen mee helpen voorbereiden op de grote stap naar het eerste leerjaar.

Bij sommige kleuters van het laatste kleuterklasje worden in februari de Toeters of schoolrijpheidstesten afgenomen. Deze schoolrijpheidstest, aangevuld met observaties door de ouders en de leerkracht, geven een beeld van de algemene ontwikkeling van het kind. Als de leerkrachten merken dat bij afname van de Toetertest nog werkpunten zijn, wordt daaraan gewerkt in daarop volgende maanden. In juni wordt dan de Kontrabastest afgenomen zodat de leerevolutie van een kind kan worden nagegaan.

Al deze metingen, testresultaten en beoordelingen worden verwerkt in een rapport . Elk schoolgaand kind krijgt tweemaal per jaar een rapport (eind januari en bij het eindigen van het schooljaar). Kinderen van de lagere school krijgen een extra rapport net voor de herfstvakantie.

U ziet, we proberen ALLE kinderen de nodige aandacht te geven.

Meer info bij Valérie De Smet, zorgcoördinator. Op school aanwezig op maandag, dinsdagnamiddag, donderdag 8u20 – 10u en vrijdag.

Tel: 09/228.29.77